Annemie Bonneux
Typies Annemie Pag2

Diezelfde intuïtie hanteerde Annemie in haar "profes-sionele hoedanigheden": in haar vertalingen en tol-ken. Haar kwaliteiten berusten niet alleen op een uit-gebreide talenkennis ( ze sprak vloeiend Engels en Chinees; een mondvol Indies, Birmaans, Tibettaans en Duits) en een soort "talenknobbel" die haar toeliet een taal-gevoel te ontwikkelen om de struktuur van een taal te "zien", gekombineerd met een goed geheugen om woordenschat te stokkeren. Dit was niet louter het resultaat van haar opleiding tot linguïste (in de Oos-terse filologie); dat was in de eerste plaats en vooral een "gevolg" van wie zij was. Het zat gewoon in haar "wezen"; ze hield van "taalspelletjes" allerhande, van de klankkombinaties van gesproken woorden, als van de associaties en gelaagdheden van geschreven woor-den.

In het begin van ons leven, toen ze het nog niet zo druk had en we nog geen TV hadden, behoorde een spelletje scrabble spelen tot het vaste avondritueel. De waarheid gebied me om te schrijven, dat ik hierbij meestal glorieus werd "afgedroogd". Annemie haalde gemiddeld 400 punten, en daar kon ik niet tegenop, hoezeer ik ook mijn uiterste best deed. Als ze "goede letters kreeg" haalde ze om en nabij de 500 punten; en werd ik telkens met 100 punten en meer verslagen. Als ze "slechte letters kreeg", dan klaagde ze merg en been, maar slaagde er toch in om mij telkens in extre-mis nog te vloeren. Ook die aantal keren, dat ik bij het ingaan van de eindfase 100 punten voor lag en de overwinning binnen handbereik leek te hebben, tover-de Annemie uit haar "taalmouw" wonderlijke woorden tevoorschijn, die bij nazicht in het woordenboek en enig gevloek van mijn kant ook nog bleken te bestaan. Of wanneer zij in een uitzichtloze situatie leek verzeild te zijn met X en Y of C's, wachtte ze geduldig om een "zeer zware slag te slaan" op 3x letter-en woordwaar-de, met enig tandengeknars van mijn kant. Ik denk dat ik over 3 jaar slechts 2 keer van haar heb kunnen winnen: de eerste keer heb ik een vreugdedans rond het huis gemaakt; dit lijkt misschien overdreven, maar het toont aan hoe "onklopbaar" Annemie daarin was. Uiteindelijk was ik het zo beu van telkens te verliezen, dat ik uit pure frustratie het scrabble-spel in de open haard dreigde te kieperen, wat meteen het einde werd van ons avondlijk scrabble-ritueel.



Maar ik kon eigenlijk niet winnen van haar: dagelijks trainde ze haar taal-en associatiekunde met het oplos-sen van kruiswoordraadsels en woordpuzzels. Ze hield daarvan als "tijdverdrijf", alsof ze een breitje zou slaan, en vulde de ingewikkeldste doorlopers in alsof het de doodsimpelste karwei was. Soms was ik erdoor geïntrigeerd, en probeerde om even "mee te doen", maar ik moest er mijn "kleine, grijze hersencellen" voor pijnigen, wat alras letterlijk en figuurlijk ein-digde met koppijn. Maar Annemie deed dit dus speelsgewijs "voor het plezier".

In tegenstelling tot mij, las Annemie ook ontzettend veel, soms tot twee of drie boeken tegelijk: één voor op de trein, één voor overdag, en één voor in bed voor het slapengaan. Soms lichte kost, soms zware kost, en niet louter "professioneel": Annemie verslond zonder onderscheid romans, detectives, gedichtenbundels en reisverhalen. Werkelijk overal stond, waar we ook woonden, het huis vol boeken: romans in de living en slaapkamer, woordenboeken en naslagwerken in het bureau. Kookboeken in de keuken.En als ze even te moe was om een boek te lezen, dan nam ze een "ge-makkelijker" stripverhaal. Vele keren heb ik een boek uit haar hand moeten nemen, nadat ze ermee in slaap was gevallen.